Het wordt stilaan winter en we beginnen ons – zoals elk jaar – weer extra zorgen te maken over onze energiefactuur. En met recht en rede, zo blijkt uit een aantal krantenberichten eerder deze week. Wij betalen in België namelijk een stuk meer voor onze stroom dan de ons omringende landen. En dat stoot op onbegrip bij de meesten van ons.
Zoals steeds zijn er twee kanten aan de medaille. De aandeelhouders van een concern investeren hun geld en als tegenprestatie verwachten ze een opbrengst. Het is dus logisch dat deze mensen streven naar meer winst. Daar is niks mis mee, een mens doet nog steeds met zijn geld wat hij wil. En alleen in communistische regimes wordt de rijkdom verdeeld, ongeacht of je er nu voor gewerkt hebt of niet.
Aan de andere kant heb je de verbruikers. Daar geldt de wet van vraag en aanbod. Vele vragers maken dat de prijs van het goed omhoog gaat, dat zijn economische wetmatigheden.
Voor energie zou dit echter niet mogen gelden. De overheid heeft namelijk de mogelijkheid om de prijzen van gas en electriciteit te fixeren op een aannemelijk niveau. Dat is de taak van de CREG, de energieregulator. Maar deze organisatie slaagt er maar niet in om een oplossing te vinden voor de torenhoge electriciteitsfacturen waar wij mee opgezadeld zitten. Zo lijkt het tamelijk onlogisch dat stroom in België meer kost dan in Frankrijk, nochtans komt het van dezelfde leverancier en een groot deel van de stroom wordt in eigen land opgewekt. Maar dat is buiten de rare structuur gerekend, die Europa heeft opgelegd aan bedrijven zoals Electrabel en de NMBS. Om een monopolie tegen te gaan moest het bedrijf opgesplitst worden in kleinere bedrijven die elk een welomschreven doel hadden. En laat nu hier juist het probleem zitten. Terwijl men vroeger met één bedrijf te maken had, moet men nu rekening houden met Elia dat verantwoordelijk is voor het hoogspanningsnet, de distributienetbeheerders en de electriciteitsproducenten.
Neem het voorbeeld van de groene stroom door zonnepanelen. Deze groene stroom wordt gratis geproduceerd door de eigenaars van het huis met zonnepanelen en wordt teruggegeven aan het net. De meerkost voor het transport werd vroeger gecompenseerd met de stroom waar niet voor betaald moest worden, iedereen was tevreden.
Maar sinds het openbreken van de energiemarkt swingen de prijzen de pan uit, want elke entiteit kijkt slechts naar haar eigen winst en verlies. Daar waar de stroomleveranciers nu gouden zaken doen – en uiteraard de winst uitkeren aan hun aandeelhouders – rekenen de eigenaars van het electriciteitsnetwerk extra kosten aan voor de vervoer van die gratis stroom. En die extra kosten mogen u en ik betalen. Maar aan de andere kant krijgen we geen korting omdat de stroomleveranciers minder moeten produceren. Met andere woorden, wij betalen voor hun verliezen.
Als er iets is waar onze regeringsonderhandelaars vandaag werk van moet maken, is het wel zorgen voor een evenwichtig energiebeleid. Ze moet zorgen dat we niet meer afhankelijk zijn van de grillen van een monopolistisch bedrijf dat doet waar het zin in heeft, dat gezinnen uitknijpt als een citroen en dat weigert zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen.
