Categorie archief: Onderwijs

Open brief aan alle kandidaten….

Dit is een open brief aan alle kandidaten die op 13 juni naar de gunst van de kiezer dingen.  Het is mijn hoop dat deze brief hen aan het denken zal zetten.  En het is tevens mijn hoop dat ze een aantal dingen zullen meenemen in hun toekomstig beleid.

Beste kandidaat-Volksvertegenwoordigers en Senatoren,

Nu de campagne echt van start is gegaan worden de messen geslepen en de lijken stevig opgeborgen in de kasten, in de hoop dat ze daar niet zullen uitvallen voor 13 juni, zoals een aantal partijen hebben mogen ervaren in de campagne van 2009.  De afgelopen drie jaar wordt vergeten, alsof die periode nooit heeft plaatsgevonden.

Wanneer ik de slogans van de verschillende politieke partijen bekijk dan is het duidelijk dat niemand lessen heeft getrokken uit het verleden.  Mensen die constant hun woord braken vragen nu schaamteloos het vertrouwen van de kiezer.  Mensen die zich in allerlei bochten hebben gewrongen om toch maar een status quo te bewaren, beweren nu dat ze zullen zorgen voor verandering.  Maar tussen al die holle slogans en mooie marketing campagnes vindt ik nergens terug dat men bezorgd is om de kiezer, om hun werkgever!

De regering was nog maar net gevallen over een klein stukje België (bij de meesten bekend als BHV) of er werden meteen dure eden gezworen dat men niet in een nieuwe regering zou stappen alvorens dit uitgeklaard zou zijn.

Is er ook maar één politicus, of would-be politicus, die hierbij denkt aan wat de mensen echt bezig houdt?  Wie denkt dat de Belg wakker ligt van BHV, die heeft het verkeerd voor.  De Belg ligt – al naar gelang zijn leeftijd en gesteldheid – wakker van zijn toekomst, zijn loon, zijn pensioen of zijn ziekteverzekering.  Dat er in het midden van ons land een stukje grond ligt waar men al 10 jaar over bakkeleit is niet iets waar ze dagelijks mee bezig zijn.

Wil dit zeggen dat we een oplossing voor BHV maar moeten vergeten?  Zeker niet, want het probleem dat zich hier stelt is symptomatisch voor een ander fenomeen, namelijk een totaal verziekt justitieel aparaat.  Het grondwettelijk hof doet een uitspraak en niemand voelt zich geroepen om zich hieraan te houden.  Net zoals het schering en inslag is dat men in beroep gaat wanneer de uitslag van een proces hen niet zint.  Schuldig of onschuldig is al lang niet meer de hoofdzaak, wel over welke top-advokaat men kan beschikken.

Politici die het echt waard zijn om verkozen te worden, zijn zij die de afglijdende moraal en al wat daarmee samenhangt durft aan te pakken.  Jarenlang vonden politici het veel belangrijker om sympathiek te zijn, goed over te komen, politiek correct te zijn.  Hun beleid was van ondergeschikt belang, want omwille van een grote stommiteit een aantal jaar geleden zaten we plots alle jaren met een verkiezing.  En vermits men niet wilde riskeren om kiezers te verliezen werden noodzakelijke maar onpopulaire maatregelen doorgeschoven naar de volgende… en de volgende… en de volgende regering.  Elke politicus, die de afgelopen tien jaar mee het beleid bepaald heeft, is verantwoordelijk voor de huidige impasse.  Elke politicus die niet genoeg ballen had om broodnodige maatregelen te nemen heeft boter op zijn hoofd.  Iedere politicus die meende dat “Politiek correct” het ordewoord van de dag was, is verantwoordelijk voor een samenleving waar nog amper samen te leven valt.

De heren/dames kamerleden en senatoren kunnen een lesje nemen aan de gemeentepolitiek.  Daar duurt een legislatuur zo wie zo 6 jaar.  De eerste drie jaar worden er beleidsmaatregelen getroffen.  Dan moet er bezuinigd worden, er worden prestigeprojecten geschrapt en er wordt op de centen gelet.  De laatste drie jaar wordt er campagne gevoerd en dat vertaalt zich in nieuwe bouwprojecten, straten en riolen, en belastingsverminderingen.  Op die 6 jaar is er dus bespaard, kromme dingen zijn recht getrokken maar toch werd ook de kiezer niet vergeten want die kiezer heeft graag mooie straten en wil minder belastingen betalen.  Wanneer men zeker is dat men zowiezo 6 jaar samen verder moet, dan kan men ook beslissingen nemen.

Daarom dat ik een oproep wil doen aan alle politici die vandaag menen dat ze thuis horen in de kamer of in de senaat.

Heren en Dames, U wordt de verkozenen van het volk.  Zij zijn uw werkgever en zij hebben dus het recht te eisen dat hun werknemers waar voor hun geld bieden.  Wanneer U echt bekommert bent om uw kiesvee, luister dan naar wat er roert bij de bevolking.  Zorg voor een hervorming van het kiesstelsel zodat uw opvolgers eindelijk eens gaan voor een echt beleid in plaats van een nieuwe kiescampagne.  Zorg voor een degelijke hervorming bij justitie zodat recht weer recht wordt en niet iets wat je alleen krijgt als je allochtoon bent of geld genoeg hebt. Zorg voor een goede basis voor ons sociaal systeem zodat zij die het nodig hebben kunnen genieten van een uniek vangnetsysteem, maar bouw ook genoeg maatregelen in om misbruik tegen te gaan.  Zorg voor een degelijk onderwijssysteem dat onze kinderen vormt tot de ondernemers en politici van morgen.  Maar vergeet zeker niet die mensen die het mogelijk hebben gemaakt dat U vandaag kandideert voor een kamer- of senaatslijst, namelijk de generatie van uw ouders en grootouders.  Zij hebben hun leven lang de helft van hun loon afgedragen.  Zij hebben nu recht om dat geld, dat U voor hen belegd hebt, met interest terug te krijgen.

Wanneer U meent de geschikte kandidaat te zijn om te dingen naar de gunst van de kiezer, dan bent U verplicht om bovenstaande in acht te nemen en daar uw beleid op af te stemmen.  Al het andere is onacceptabel.  Luister meer naar uw volk dan naar uw spindoctors.  Luister naar de mensen die u kiezen en uw riante vergoeding betalen.  Want wanneer u dat niet doet dan bent u de naam “politicus” niet waardig!

België of Vlaanderen?

Sinds de val van Leterme II is de roep naar een zelfstandig Vlaanderen, een confederaal model, een aanhechting bij Nederland en Frankrijk of een Republiek België nog nooit zo groot geweest.

De separatisten (voornamelijk aan Vlaamse kant terug te vinden) schreeuwen dat het uit moet zijn met het Waals profitariaat.  De koningsgezinden willen van geen splitsing weten omdat dan de monarchie in gevaar komt.  De franstalige politici willen zo weinig mogelijk veranderen aan ons “democratisch” model. Nog anderen vinden dat de gemeenschappen maar moeten verdwijnen en dat we moeten gaan naar één federale kieskring.

Het maakt niet uit welk model je aanhangt, de tegenstellingen binnen dit kleine lapje grond zijn zo groot en onoverkomelijk geworden dat voor de aanhangers hun model zonder fouten is maar voor alle anderen is het onacceptabel.

Ik vraag me af of iemand deze modellen al eens tegen elkaar heeft afgewogen.  Ik durf het te betwijfelen.  Nochtans denk ik dat dit een nuttige oefening zou zijn.  Zo wordt ons steeds voorgehouden dat de Vlamingen beter af zouden zijn zonder de Walen.  Heeft iemand dit ooit al eens becijferd?  Het is niet omdat je onkosten schrapt dat je er bent.  Met een splitsing komen een aantal kosten, die nu federaal worden betaald, doorgeschoven naar de gewesten.  Wallonië gaat veel slechter af zijn.  Maar ook Vlaanderen moet zich geen illusies maken, rijk zullen we er niet van worden.  Trouwens, wanneer je in het buitenland spreekt over Vlaanderen trekt men de wenkbrouwen op. Men heeft er geen idee van waar dit ligt.

Het alternatief – namelijk een federale staat met een aantal deel- en gewestregeringen is ook niet houdbaar.  Door de indeling van België in drie gemeenschappen en drie gewesten zou ons land niet minder dan zeven parlementen en zeven regeringen moeten hebben,een parlement en een regering voor de federale staat, en een parlement en een regering voor elk van de drie gewesten en voor elk van de drie gemeenschappen. Maar al in 1980 besliste Vlaanderen om de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest samen te voegen, waardoor we maar één Vlaams Parlement en één Vlaamse regering hebben, die zowel de gemeenschaps- als de gewestbevoegdheden uitoefenen.

Zes parlementen en zes regeringen die goed zijn voor 49 ministers + 9 staatsecretarissen.  Elk van deze excellenties heeft uiteraard ook nog eens zijn eigen kabinetsmedewerkers en hun gedetacheerd personeel.  Als je weet dat in een bedrijf de personeelskost de grootste kost is, moet ik er geen tekeningetje bijmaken zeker?  Tel daarbij nog eens de provincies en de gemeentebesturen, en meer dan de helft van onze belastingen gaat naar het in stand houden van een overheid die nauwelijks werkbaar is.

Onze excellenties houden ons ook graag voor dat het Belgische Model een voorbeeld is van staatsmanschap.  Nergens ter wereld heeft men dit unicum.  Nederland wordt bestuurd door slechts 8 (ja acht!) ministers.  New York is zo groot als heel België, heeft even veel inwoners, heeft meer gemeenschappen dan wij.  En toch slaagt één enkele burgemeester er in om heel de stad onder controle te houden.  Denk eens in hoeveel we zouden kunnen besparen op ons staatsapparaat wanneer onze overheid teruggebracht zou worden tot redelijke proporties?

Uiteindelijk zijn al deze meningen over de toekomst van België een symptoom van de ziekte die “impasse” heet.  Iedereen beseft dat het moet veranderen en iedereen denkt dat hij de ideale oplossing heeft, zonder respect op te brengen voor de oplossingen of ideeën van de anderen.  Politici ruzieën over iets waar de bevolking nauwelijks voeling mee heeft.  En indien ze toch interesse hebben in zaken als “transferts” en “BHV” dan drukken ze zich uit in oneliners die steeds de schuld bij de politici leggen.  Wanneer gaan deze verkozenen des volks eens luisteren naar hun kiezers en wat minder denken aan hun zoveelste huis in Frankrijk of Toscane?  Of aan het aantal stemmen dat ze gaan halen bij de volgende verkiezingen?  Wanneer gaan ze ook eens de kunst van het communiceren onder de knie krijgen?  En wanneer gaan ze eindelijk eens doen waarvoor ze gekozen zijn, namelijk besturen!

Onderwijs gelijker voor sommigen

Proclamatie Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet deelde in de Katholieke Hogeschool Leuven de kersverse bachelors uit aan zo’n 200 afgestudeerden.  Hij riep daarbij op om ervoor te zorgen dat het onderwijs geen kansengroepen zou uitsluiten.

In wezen heeft hij gelijk : wanneer een jongere zijn of haar talenten niet kan ontplooien omwille van physieke, ideologische of financiële beperkingen dan hebben we een probleem.  Als samenleving kunnen we er alleen maar baat bij hebben om zoveel mogelijk mensen de kans te geven om hun talenten te ontplooien.  Het zijn namelijk deze talenten die ervoor zorgen dat onze samenleving groeit en bloeit.

Maar moet het ondersteunen dan gaan ten koste van diegenen die op eigen kracht een diploma halen?  Onder de voormalige minister Frank Vandenbroucke werd de nadruk gelegd op het behalen van resultaten.  Er moesten veel meer afgestudeerden komen.  En diegenen die daar normaal niet in slagen die moesten maar een handje geholpen worden.

Vandenbroucke heeft nooit begrepen dat zijn – ongetwijfeld nobel bedoeld – plan de kwaliteit van ons onderwijs danig aantast.  Wanneer je namelijk kunstgrepen gaat toepassen om mensen door het onderwijs te sleuren, ongeacht of ze daar nu de capaciteiten voor hebben, dan hol je het diploma uit.  Want naast talenten moet een student ook de motivatie en de inzet hebben om zijn of haar diploma te halen.  Zonder die motivatie en zelfdiscipline creëer je afgestudeerden die in het beroepsleven van de ene job naar de anderen fladderen omdat ze niet het doorzettingsvermogen hebben om ook aan moeilijke situaties het hoofd te bieden.  Ze zijn tegen dan zo gewend om bevoorrecht te worden dat ze dat ook gaan eisen van hun toekomstige werkgevers.

Het is een feit dat men relatief weinig allochtone studenten in het hoger onderwijs aantreft.  Dat heeft weinig te maken met ons eigen onderwijssysteem maar alles met een mentaliteit bij de allochtone groepen zelf.  De meesten van hen zijn ofwel geboren in België of wonen sinds hun prille jeugd in ons land.  Zij kregen dus in principe dezelfde kansen als de autochtone kindjes op de kleuterschool.  Maar velen van hen starten met een handicap omdat ze het Nederlands niet machtig zijn.

Onze overheid probeert daar al jaren een mouw aan te passen maar heeft blijkbaar nog steeds niet het juiste soort wol gevonden omdat de resultaten er nog steeds niet zijn.  Een voorstel zou kunnen zijn om alle kleutertjes een taaltest af te nemen alvorens hen los te laten op de lagere school.  Diegenen die niet slagen krijgen een intensief jaar Nederlands, dat moet deze lacune opvangen.

Maar we moeten eerlijk durven zijn : de inspanningen kunnen niet van één kant blijven komen.  De overheid mag gerust stimuleren maar ze moet ook de wil hebben om te sanctioneren wanneer er onwil bestaat.  In de kleuterschool is de sanctie voor de ouders omdat die nog steeds verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen.  In het hoger onderwijs is de sanctie voor rekening van de student zelf in de vorm van slechte resultaten.  En die resultaten mogen niet kunstmatig opgesmukt worden omdat die student toevallig van allochtone afkomst is.

Onze hogescholen en universiteiten worden elk jaar bevolkt door studenten uit de vier windstreken.  Zij volgen probleemloos les en mits de juiste inzet halen zij wel het zo gegeerde diploma.  Zij bewijzen dat inzet en discipline wel vruchten afwerpen en dat het echt niet nodig is om hen positief te discrimineren omdat ze toevallig hun roots niet in België hebben.

Laat ons dus die studenten, die voor een uitdaging staan op gebied van gezondheid en financiën, een steuntje in de rug geven.  Maar durf er ook sancties tegenover stellen als zij – ondanks de hulp die ze krijgen – een duidelijke onwil tonen om zich in te zetten of zich te houden aan het protocol.
HLN België – Smet: “Onderwijs mag geen kansengroepen uitsluiten” (990878).