NaNoWriMo winnen op je dooie gemakje

crest_square-b23dbe8d9b80265765b27ccd9b5d4811NaNo Wat? Voor diegenen die niet weten wat NaNoWriMo is, hier alvast de verklaring. Het staat voor NAtional NOvel WRIting MOnth en is een initiatief van een Amerikaanse non-profit om meer mensen aan het schrijven te krijgen. Op hoeveel bucket lists staat niet: “een boek schrijven”? Velen dromen er van maar de meesten vinden de moed of de tijd niet om er ook daadwerkelijk iets mee te doen.
NaNoWriMo daagt je uit: Schrijf tijdens de maand november 50.000 woorden neer. Hoe, maakt niet uit. Met de hand in een schriftje, online of via een schrijfprogramma. Zo lang je maar aan je gemiddelde van 2000 woorden per dag komt. En je staat er niet alleen voor, samen met jou zijn er in Vlaanderen alleen al honderden kandidaat-schrijvers die hun lang gekoesterde droom in vervulling zien gaan.
Twee jaar geleden deed ik zelf mee en wat ik nooit voor mogelijk had gehouden was een feit. Eind november stond mijn teller op 52.384 woorden. Als beloning mocht ik een jaar lang een badge met “Winner” tonen aan de wereld.
Dit jaar doe ik opnieuw mee. Voor de nieuwelingen deel ik hier alvast een aantal tips over hoe je de maand overleefd en hoe je je doel bereikt.

Als je wil winnen moet je van je boek houden

Iedereen kan natuurlijk woorden op papier of op het scherm kladden, daar is geen kunst aan.  Het probleem is om genoeg inspiratie te hebben om het tot 50.000 te schoppen.  Daarvoor moet je echt in je boek leven, op voorhand weten waar het over gaat, wat de spanningsbogen zijn, je personages een gezicht geven en heel de synopsis hebben uitgewerkt.  Dan is het nog maar een kwestie van invullen.  En ja, dat vergt best wat van je tijd maar het is zeker haalbaar.  Zorg er dus voor dat je van je NaNo project ook een echt boek wil maken.

Je personages worden je vrienden

Personages zijn, samen met het plot, het hart van je boek.  Denk na over je hoofdpersonages.  Wie is de held en waarom?  Wie is zijn antagonist en waarom?  Zorg dat je ze door en door kent zodat je ook weet hoe ze zullen reageren op plotwendingen, valkuilen, bedreigingen maar ook liefde en sexualiteit.

Je boek in één zin

Begin met heel je boek samen te vatten in één zin.  Bijvoorbeeld: “Wanneer David zijn leven na een zwaar ongeluk drastisch ziet veranderen is er maar één oplossing, hij moet zich los maken van het verleden om de toekomst te kunnen omarmen”.

Maak een outline

Een boek is zoals elk ander project, het vergt een plan van aanpak.  En nee, het haalt de creativiteit niet uit je werk.  Ik hoor mensen vaak zeggen: “ik weet nog niet hoe mijn verhaal gaat aflopen, ik zie wel welke weg het op gaat.”  Raar genoeg hebben die de 50.000 woorden niet gehaald, gewoon omdat ze geen backup plan hebben voor wanneer ze vast zitten.  Als je op voorhand een outline maakt met de hoofdpunten, heb je altijd ankers om naar terug te keren, zelfs als je jezelf oeverloos verliest in een scene die drie hoofdstukken lang is.  In ons voorbeeld zou dat als volgt zijn:

  • David is een rijke playboy die door een ongeluk verlamd geraakt
  • Het aanvaarden van dat feit doet zijn wereld instorten
  • Hij belandt in een depressie
  • Zijn vrienden laten hem één voor één in de steek
  • Zijn enige uitweg is zelfmoord plegen
  • Wanneer dat ook niet lukt, blijkt er maar één weg over, de weg vooruit
  • Hij aanvaardt zijn beperking
  • Hij ontdekt nieuwe talenten
  • Hij leert iemand nieuw kennen
  • Hij wordt een gevierd schrijver.

Doe research

Lezers zijn niet dom, ze hebben internet en informeren zich.  Wanneer je over iets schrijft moet het ook correct zijn.  Je kan jezelf een kleine dichterlijke vrijheid veroorloven, maar schrijf geen domme dingen.  Een inbreker kan met een revolver geen tien schoten lossen.  En uit een lijk dat twee uur dood is kunnen nog geen maden kruipen.  Research helpt je ook met het bouwen van een wereld waarin je boek zich zal afspelen.  En om het visueel te maken kan je een moodboard bouwen.  Zoek foto’s van acteurs die eruit zien zoals je personages, zoek foto’s van locaties (als je geen fantasy of SF schrijft tenminste), steden, huizen, wegen, auto’s en zo meer.  Wanneer je inspiratie is opgedroogd helpt je moodboard je weer verder.

Hoe vind ik de tijd?

Het doel van NaNoWriMo is om mensen de routine van het regelmatige schrijven aan te leren.  Om de 50.000 te halen moet je een gemiddelde van 2.000 woorden per dag schrijven.  Zelfs met werk, gezin en studie is dat haalbaar.  Het vergt je amper een uurtje per dag.  Je kan een uurtje vroeger opstaan of later gaan slapen.  Of je neemt al je feuilletonnetjes tijdens de maand november op en bekijkt ze in december tijdens een binge watch weekend.  Of je gebruikt een agenda om je activiteiten te plannen zodat je ook je schrijfuurtje in je bezigheden kan inplannen.  Verwittig ook familie en vrienden dat ze in november niet al te veel beroep op je moeten doen want dat je bezig bent de volgende Nobelprijs voor de literatuur te creëren.

Niemand leest je NaNoWriMo schrijfsels …. dus laat je remmen los!

Ga er niet van uit dat wat je schrijft ooit zijn weg naar een boek op de boekenplank vindt.  Misschien wel of misschien gebruik je er ooit wel stukken uit of gebruik je de ideeën voor een boek dat later uit je klavier zal vloeien.  Maar het hoeft niet, dat is niet het doel van WriMo.  Het doel is te schrijven en nog eens te schrijven.  En wil jij niet dat het gelezen wordt dan is dat maar zo.  Maar je mag het uiteraard ook publiceren als je het met de wereld wil delen.  Jij bent de baas en de baas beslist 🙂

GEEN correctie in november

Iedereen heeft de neiging om zijn werk te corrigeren en dat is ook goed.  Maar doe dat nu es niet in november!  Laat schrijffouten of kromme zinnen gerust staan, die haal je er wel uit tijdens de eerste redactie.  Maar schrijf en schrijf en schrijf.  Er is niets zo tijdverslindend dan een geschreven tekst te corrigeren, tijd die je normaal zou moeten gebruiken om te schrijven.  Om je echt te focusen op de 50.000 kan je best elke dag of elke week de tekst van de afgelopen dag/week tellen en het aantal opschrijven.  Of je registreert je op de site van NaNoWriMo en paste je tekst in de woordteller.  En wil je echt heel snel dat doel behalen, beperk je dan tot korte woorden, die vergen minder tijd en tellen lekker op.  Hou er dan wel rekening mee dat je al die onzinnig korte stukjes later moet herwerken tot leesbare tekst. 🙂

Een boek is nooit zo slecht dat het niet verbeterd kan worden

Denk nooit dat jou boek slecht is, elk boek is voor verbetering vatbaar.  Ik ken een schrijfster die met haar eerste boek meteen een doorbraak forceerde en de nieuwe ster aan het thriller firmament werd.  Nu, 7 boeken later wil ze het eerste gaan herschrijven omdat ze het afschuwelijk vindt.  Schrijfstijl heeft zijn plaats maar is niet het belangrijkste.  Zorg gewoon dat de lezer wil blijven lezen, de skills komen later wel.

Hoe verder bij een writers block?

Het is een bekend fenomeen… wanneer je er het minst op voorzien bent is het daar – writers block.  Je krijgt geen zinnig woord meer op papier.  Geen nood, begin een nieuwe pagina en schrijf over iets totaal anders.  Verzin een kinderverhaaltje, schrijf over je medereizigers op de trein, schrijf over je donkerste gedachten.  Ben je weer lekker leeg, zet dan je irrelevante tekst in een andere kleur en werk verder aan je manuscript.  Denk eraan, WriMo gaat om het aantal woorden.  Dus ook je totaal irrelevante woorden.  En wanneer je je boek wil afwerken gooi je die pagina’s er gewoon uit.

En vooral… zorg dat je plezier hebt!

Zo lang je niet van plan bent om van schrijven je beroep te maken, moet je er vooral plezier aan beleven.  Het mag niet iets worden waar je tegenop ziet.  Maak het gewoon leuk.  En heb je eens een dag totaal geen zin in schrijven, dan is dat zo.  Zorg wel dat je het later inhaalt en gebruik die baaldag om wat opzoekwerk te doen of om je personages wat af te borstelen.  Of ga een dagje op stap en hou de mensen rondom jou in het oog.  Probeer hen te beschrijven en je zal zien dat het later in je verhaal misschien van pas komt.

 

SUCCES!

Advertenties

De oorsprong van uitgeholde pompoenen

jack-o-lantern_2003-10-31Sinds een week of twee begint het echt aan te voelen als herfst.  De dagen zijn duidelijk korter geworden, op het einde van de maand beginnen we weer aan het winteruur en de temperatuur buiten is merkelijk gedaald.

De bomen en planten hebben het eindelijk ook begrepen en laten zachtjes hun bladeren vallen.  De tapijten rode, bruine en gele bladeren beginnen flink dik te worden in onze lanen en parken en de geur van houtvuur en kolenkachels vult tegen de avond onze neusgaten.

In de supermarkten komen langzaam de pompoenen in de rekken.  Pompoenen om soep van te maken, maar ook sierpompoenen om aan de voor- of achterdeur te leggen.  Nog even en het is Haloween of All Hallow’s Eve.  En hoewel niet Europees van oorsprong heeft ook de traditie van het uithollen van pompoenen hier stilaan ingang gevonden.

Aan de overzijde van de grote plas noemen ze zo’n uitgeholde pompoen met een lichtje een jack-o-lantern.  Meer nog, ik deze tijd van het jaar kon men in de moerassen ook vaak bewegende mysterische lichtjes waarnemen.  Die werden veroorzaakt door rottende planten, die een gas afgaven dat ontbrandde wanneer het in contact kwam met statische electriciteit of warmte.  In de 17de eeuw kende men de oorzaak van deze lichtjes uiteraard nog niet, daarom verzonnen mensen zelf een plausibele reden voor deze mysterieuze lichtjes.

De Jack-O-Lantern komt oorspronkelijk uit Ierland waar rond de jaren 1500 verhalen werden verteld over een man die Jack heette.  Hij was een hoefsmit en had de duivel uitgenodigd voor een drankje in de lokale pub.  Maar Jack was een beetje gierig en hij wilde niet zelf betalen voor de drank, daarom besloot hij de duivel te verleiden om zichzelf in een muntstuk te veranderen zodat hij daarmee de rekening kon voldoen.  De duivel vond dit best grappig en voldeed aan het verzoek van Jack.  Maar de man had helemaal geen intentie om zijn rekening te betalen en stak de munt in zijn zak, onder een stuk zilver zodat de duivel zich niet terug in zijn normale gedaante kon veranderen.

Na een tijdje liet hij de duivel terug vrij maar met de belofte dat de demon geen wraak zou nemen voor het grapje en dat hij de ziel van Jack niet zou opeisen.  Jack had echter zijn lesje niet geleerd en even later nam hij de duivel opnieuw beet door hem te vragen om in een boom te klimmen.  Hij kerfde een kruis in de boom zodat de duivel er niet meer uit kon.  Opnieuw liet hij de demon vrij onder de voorwaarde dat hij zich niet zou wreken op zijn ziel en hem opeisen.

Toen Jack eindelijk stierf en aan de poorten van de hemel stond, wilde God hem niet binnen laten omwille van zijn gierigheid.  Maar de duivel deed zijn belofte gestand en liet Jack ook niet in de hel binnen.  Als troostprijs kreeg hij een enkel brandend kooltje dat hem de weg zou wijzen in de nacht om zo “zijn persoonlijke hel” te vinden.  Jack deed het brandende kooltje in een uitgeholde raap en sindsdien waart hij door de nacht op zoek naar zijn eigen hel.  De lichtjes in het moeras werden aanzien voor Jack, die op zoek was en ze werden dan ook “Jack of the Lantern” of Jack-o-Lantern genoemd.

Maar toen de Ieren tijdens de grote depressie in grote getalen naar Amerika emigreerden, namen ze hun tradities en verhalen met zich mee.  Ze werden gecombineerd met andere lokale gebruiken en zo werden de uitgeholde groenten met brandende kolen of houtskool gebruikt om de herfstoogst te vieren. Rond de helft van de 19de eeuw waren de groenten geëvolueerd tot uitgeholde pompoenen die op het hoofd van een skelet leek, en werden de kern van het halloween feest.  De toon daarvoor werd in 1892 gezet door de burgemeester van Atlanta, toen zijn vrouw 7 uitgeholde en verlichte pompoenen rond hun huis zette op de avond van het halloweenfeest.  Hierdoor kon Jack eindelijk rust vinden en sindsdien zijn de pompoenen onlosmakelijk verbonden met de herfst, het einde van de oogst en het halloweenfeest.

Boerkini of Boerkiwel?

Vandaag heeft de Raad van State in Frankrijk tijdelijk het boerkini verbod ingetrokken. Juist op tijd want het seizoen was bijna gedaan, stel u voor!
Ongeacht of je nu voor of tegen uiterlijke tekenen van religie bent, het was gewoon een ongelofelijk dwaas verbod. Want uiteindelijk is het er gekomen omdat de rest van Cannes en Nice om ter blootst rond liep en een aantal moslimdames besloten om de warmste dagen van het jaar in duikerspak rond te lopen. Uiteindelijk is het hun probleem dat ze dan zweten gelijk een rund, maar met hygiëne had dat verbod uiteindelijk niks te maken. Want, als je de lijn doortrekt, dan mag oma ook niet meer in haar zomerkleedje op een badhanddoek onder een parasol op het strand zitten. Dan is oma of tante Louise ,die omwille van haar omvang in geen honderd jaar in een badpak wil, verplicht om hun zomerkleedje te wisselen voor een badstoffen niemandalletje, en dat alles uit naam van égalité.
Nee, het was duidelijk dat het verbod niks te maken had met hygiëne, waarschijnlijk stak het een paar sponsors van de koningin en de keizerin der franse badsteden de ogen uit en was een telefoontje naar de burgemeester genoeg. In het huidige klimaat waarin alles wat moslim is vals is, was het makkelijk om dit rondje moslimpesten te verantwoorden.
Ik vond het dus te zot om los te lopen en dat is mijn persoonlijke mening. Maar ik weiger ook mee te gaan in het discours dat een boerkini net MOET om de moslima eindelijk te geven wat ze zolang heeft moeten ontberen, namelijk de mogelijkheid om ook eens van het water te proeven zonder haar (of die van haar man) religieuze voorschriften met de voeten te treden. Iemand die beslist om volgens de Sharia te leven door slaafs te luisteren naar haar man en zich te bedekken als een pinguin omdat moslim mannen blijkbaar hun pik niet in hun broek kunnen houden als ze een stukje bloot vlees zien, moeten maar consequent zijn. Geen bloot vlees is geen bloot vlees, ook geen blote voeten of handen dan en steek dat gezicht dan ook ineens in een zak. Het argument van de ontvoogding van de moslima is een even grote drogreden als de hygienische maatregelen van de franse burgemeesters.
Als we toch allemaal gelijk voor de wet moeten zijn in Frankrijk – zoals in de grondwet staat – dan stel ik voor dat we ook consequent zijn en gewoon niks meer dragen op het strand. Geen boerkini, geen badpak, geen bikini, monokini, zwemshort of speedo. Gewoon in je blote flikker de golven in. Dat is pas égalité!

Mensen vergeten snel

Donderdag, 10 december 2015

IMG_0526Ik was de afgelopen dagen weer in Parijs, de tweede keer sinds de aanslagen die de wereld met verstomming sloegen.
Daar waar de stemming vorige keer nog grimmig was leek het vandaag alsof toeristen en Parijzenaars dit maal al vergeten waren dat een paar weken geleden terroristen de stad op zijn grondvesten deden daveren. Dat ze in het 10de arrondissement als gekken op terrassen en in cafees schoten, dat ze probeerden om in het Stade de France een bloedbad aan te richten en dat ze in de Bataclan, tijdens een metal concert meer dan 100 jonge mensen afmaakten met oorlogswapens.
Vandaag gaat het leven weer zijn gewone gang, mensen gaan in drommen kerstinkopen doen, in de Gare du Nord kan je opnieuw over de koppen lopen.  Toeristen vertrekken of komen aan, mensen nemen de metro naar hun werk of keren terug naar huis.  Daar waar twee weken geleden de straten nog zo goed als leeg waren, waar de bistros en restaurantjes bijna leeg waren, zitten ze nu weer afgeladen vol.
Daar waar vorige keer niemand echt wilde praten over wat er gebeurd was, neemt niemand dit keer nog een blad voor de mond. Sommigen kwaad, razend, geven de moslims als groep de schuld van deze terreurdaad die hun stad in het hart had geraakt. Anderen genuanceerder, onbegrijpend, triest maar ook kwaad. Niet zo zeer op de moslim met de pet maar op de aanstokers van dit drama.
Dit keer kom ik ook dingen te weten die niet in de kranten bij ons verschenen. Dat de jongens bang waren, onzeker, wanhopig. Waar het eerst leek alsof het om een professioneel georchestreerde actie ging bleek vandaag dat dit zeer onwaarschijnlijk was.  Of toch waar het de terroristen aan de Stade de France betrof.  Ze waren zenuwachtig, gedroegen zich schichtig waardoor ze de aandacht trokken van de bewaking die er uiteindelijk voor zorgden dat ze het stadion niet binnen geraakten. Toen duidelijk werd dat ze hun missie niet konden volbrengen hebben ze een rustige straat of een leeg cafė opgezocht om zichzelf tot ontploffing te brengen. Sommigen opperen zelfs dat de bomgordels vanop een afstand tot ontploffing werden gebracht om de jonge mannen te straffen voor het mislukken van hun missie.  Veel meningen, veel veronderstellingen.  Welke waar zijn en welke ontsproten aan de fantasie van de Fransen, weet ik niet.  Maar in ieder geval lijkt de schok een beetje achter hen te liggen.  De volgende fase is aangebroken, die van de boosheid.
Ik schrijf dit stukje terwijl ik wacht tot het tijd is om te vertrekken. Opnieuw heb ik ėėn van de brasseries in de buurt van het station opgezocht. Maar dit keer zocht ik een tafeltje ver van de ingang en zover mogelijk naar achter. Ik kan er niet aan doen maar ik ben op mijn hoede. Elke onverhoedse beweging op straat trekt mijn aandacht. Een jongen met donkere huid die het station uit rent, gevolgd door twee agenten jaagt mijn hartslag omhoog.  En toch… En toch zijn alle tafeltjes aan het grote glasraam bezet. Mensen eten er zorgeloos hun crêpe of drinken er hun koffie. Ik ben niet meer zo zorgeloos, ik ben voorzichtiger geworden. Ik wacht in mijn hoekje rustig af tot het tijd is om naar mijn trein te gaan. En ik observeer, iets wat ik anders nooit doe wanneer ik reis. Maar naast de horror van de dreiging zie ik ook veel mooie dingen. De Eiffeltoren die in het licht baadt, de batteaux mouche op de Seine, mensen die elkaar omhelzen voor de ingang van het station.
We moeten ons inderdaad niet laten bang maken, want dan hebben de terroristen gewonnen. Maar we mogen wel voorzichtig zijn en onszelf beschermen.

Doen of er niets aan de hand is wordt moeilijk

Ik ben net in Vélizy, een stad in de rand van Parijs aangekomen. Dat is niks nieuws, ik ben hier om de twee weken één of meerdere dagen voor een project. Alleen was het deze keer net ietsje anders.

Toen ik hier vorige keer was, ben ik vroeger met de metro naar de hoofdstad gereisd. Mijn trein was pas ’s avonds en daarom wilde ik nog wat gaan wandelen in de straten rond de Gare du Nord. Het weer was nog mooi en de terrasjes zaten nog vol. Ik besloot het er even van te nemen en vanop een terrasje achter een ‘café au lait’ de drukte gade te slaan. Niets deed vermoeden dat precies 24 uur later een paar gekken de boel daar aan flarden zou schieten en als kers op de taart ook nog een concert van de Eagles of Death Metal zouden misbruiken voor hun wanstaltige praktijken. De balans was 130 doden en nog eens dubbel zoveel gewonden.
Het was een vreemd ontwaken voor mij, die zaterdagochtend. Dit kon toch niet in Europa? Het kon dus wel en het was gebeurd. Mannen, vrouwen, kinderen…. christenen, atheisten, moslims… alles werd neergemaaid. Ik hoor in het nieuws regelmatig dat deze horror niets met de islam te maken heeft, er wordt zelfs geïmpliceerd dat het allemaal onze eigen schuld is omdat wij de moslims zouden discrimineren.

Nu vraag ik u toch op welke basis die bende zotten besloten om in Parijs aanslagen te plegen. U kent het antwoord, het stond ook in alle kranten. Buigzame jongeren worden geronseld om in naam van die Islam zichzelf op te blazen en zoveel mogelijk anderen mee te nemen. Om aanslagen te plegen tegen het westen om zo de dreiging voor een islamitisch kalifaat uit te roeien. Die mannen doen dat niet uit naam van de Paus, Boedha, het Vliegende Spaghettimonster of een andere godheid of profeet. Ze doen dit uit naam van de Islam. Waarom vinden onze politici het dan zo gek dat wij niet zo erg te vinden zijn voor moslims in het algemeen? Pas op, ik ben de eerste om te beamen dat niet alle moslims even zot zijn als die acht onnozelaars en wie weet hoeveel anderen nog uit Syrië afzakken naar ons verdraagzame westen om dood en vernieling te zaaien. Maar wordt het geen tijd dat onze verkozenen in de Wetstraat hun kop uit het zand halen, man en paard noemen en deze extremistische uitwassen aanpakken? En dat doe je niet door met een heilige snuit op televisie te verkondigen dat dit alles niks te maken heeft met de islam en met de moslims. JAWEL! met een bepaalde vorm van Islam en het wordt tijd dat ze dat toegeven.
België is vandaag een belegerd land. In de straten van Brussel zie je enkel nog politie en leger. Stations worden ontruimd, voetbalmatchen en andere evenementen worden geannuleerd omdat er nog twee onnozelaars met een bommengordel rondlopen. En toch wordt er van ons verwacht dat we ons niet mogen laten intimideren! Dat we moeten doen alsof er niks aan de hand is.

Hoe dan wel? Toen ik mijn trein van Mechelen naar Brussel Midi moest nemen was het station ontruimd. In Brussel zijn de stations no-go zones. Hoe kan ik op een normale manier mijn werk doen? Gelukkig zag ik het aankomen en ben ik met de auto gegaan. 5 uur onderweg, waarvan anderhalf uur vastgezeten in de banlieu van Parijs. En morgen in de omgekeerde richting. De files aan de grens met België waren vandaag al enorm, je mag eens raden hoe het morgen zal zijn. Normaal doen? RIGHT! zelf ontruimen ze het Vlaams Parlement want daar zou wel eens iets kunnen gebeuren. De rest van ons? Wij kunnen onze plan maar trekken.
Wat wij vandaag beleven is niet normaal, bijlange na nog niet. En wij mogen dit ook niet accepteren! Wij, de burgers, moeten laten horen dat voor ons de maat vol is. Dat in sommige gemeenten moslims met de rug aangekeken worden kan ik begrijpen. Is het fijn? Nee, maar het is ook niet fijn om als autochtoon in Brussel rond te lopen en allerlei obsceniteiten naar je hoofd geslingerd te krijgen, enkel en alleen omdat je geen moslim bent. Kan er iets aan gedaan worden? Absoluut maar daarvoor hebben we politici met ballen nodig. En die zijn schaars tegenwoordig. Dat men al eens begint om al diegenen die een dubbele nationaliteit hebben en die gekend zijn bij het gerecht voor gewelddaden of drugsfeiten hun Belgische nationaliteit af te nemen. En ze dan sito presto het land uit te zetten, terug naar het land van hun eerste paspoort. Dat men al eens begint om aan vluchtelingen duidelijk te maken dat onze wetten boven hun religieuze wetten gaan en dat inbreuk op die wetten inhoudt dat ze geen statuut en bescherming krijgen. Dat men eens duidelijk maakt dat onze vrijheid behouden moet blijven en dat wij niet zullen buigen voor de chantage van discriminatie of racisme. Dat wij het kruis niet van de mijter van Sinterklaas halen omdat een paar andersgelovigen zich beledigd voelen. Als ze geen kruis willen zien moeten ze niet in een christelijk land komen wonen. Dat wij onze paashaas en kerstboom niet zullen verbannen uit onze scholen, gemeenschapshuizen en stadshuizen. Dat is ONZE cultuur en die mag niet ten onder gaan omdat een veroveringscultuur haar zinnen op ons landje van beloften heeft gezet. Als men wil dat we respect hebben voor hun cultuur dan moeten zij eerst maar eens tonen dat zij respect hebben voor ons, onze vrijheid en onze cultuur. Als dat niet kan, dan hebben ze hier niks te zoeken.

Klinkt u dat wat rechts in de oren? Lees er dan Lucas Van der Taelen maar eens op na. Lucas is een politicus van Groen die in het Brusselse woont. Hij vertelt u hetzelfde, zelfs in nog krassere bewoordingen dan ik het doe. Dit heeft niks te maken met links of rechts. Dit heeft er mee te maken dat we het eindelijk beu zijn om te buigen, dat wij plaats moeten ruimen voor mensen die geen respect kunnen opbrengen voor ons en onze wereld, dat onze kinderen op school gedwongen worden om halal maaltijden te eten, dat onze meisjes zich niet meer op straat durven vertonen zonder uitgescholden te worden voor hoer. Overdrijf ik? Nee hoor, als u denkt dat ik overdrijf moet u misschien eens de juiste kranten beginnen lezen. En uw oren niet laten hangen naar broodschrijvers wiens plezier het is om onze eigen bevolking met een slecht geweten op te zadelen wanneer we opkomen voor onze eigen rechten.

KUL neemt gemeenschapsdienst op de korrel

Wetenschappers aan de KUL vinden het geen goed idee dat de overheid werklozen verplicht om een beperkte gemeenschapsdienst te vervullen.  Ze verwijzen hier naar Groot Brittannië waar zo’n verplichte dienst nauwelijks meer kansen biedt op echt werk.

Volgens mij gaat Ides Nicaise hier voorbij aan het doel van zo’n gemeenschapsdienst en dat is duidelijk maken dat gratis niet bestaat.  Vandaag blijven nog te veel mensen in die werkloosheidsval hangen omdat gaan werken hen nauwelijks meer opbrengt dan gewoon thuis te blijven.  En het zijn net die mensen die duidelijk gemaakt moet worden dat werkloosheid geen carrière is maar een tijdelijke oplossing in de overgang naar een nieuwe job.  Ik vind dan ook dat men van de hardnekkige stempelaars gerust mag vragen om in ruil voor centen ook wat karweitjes op te knappen.  Nicaise noemt het dwangarbeid maar dat vind ik toch wat kort door de bocht.  De dwang is er voor diegenen die op een andere manier niet geactiveerd kunnen worden.  En ja, er bestaat ook nog altijd zoiets als : “wie niet horen wil moet dan maar voelen”, een principe dat vandaag nog te veel van tafel wordt geveegd wegens een beetje politiek incorrect.

In dit land hebben we wetten en regels.  Het is al een tijdje duidelijk dat hier niet iedereen gelijk is voor de wet maar goed.  Het principe van een rechtstaat is dat net die regels en wetten zorgen voor een gestructureerde maatschappij.  Zo staat er bijvoorbeeld in de wet dat je niet een ander zijn spullen mag stelen.  Als ik dadelijk de bakker binnen stap en een brood steel, dan moet ik daar de gevolgen van dragen.

Gaan werken is ook in een aantal wetten en regels gegoten.  Als je gaat werken dan krijg je daarvoor in ruil geld, je loon.  In de wet is vastgelegd dat dit loon niet lager dan een bepaald bedrag mag zijn omdat we dan spreken van uitbuiting door je werkgever.  Omgekeerd geldt dus ook, als je geld wil moet je daarvoor gaan werken.

Nu hebben we in België een systeem dat Sociale Zekerheid heet.  Elke maand dragen alle mensen die gaan werken een deel van hun loon af.  Hoeveel hangt af van de hoogte van je loon en dat kan tot bijna de helft bedragen.  Dit geld wordt gebruikt om onze overheid te betalen, om nieuwe straten aan te leggen maar een deel daarvan is ook een spaarpotje.  Zo draagt het bij aan ons pensioen – we sparen dus voor als we niet meer kunnen gaan werken – en aan een spaarpotje voor werklozen.  Dat wil dus zeggen dat je recht hebt op een deel van dat spaarpotje waar je zelf mee voor gespaard hebt.  Maar dat spaarpotje is beperkt, het is niet groot genoeg om de rest van je dagen in de hangmat mee te gaan hangen.  Dus moeten er keuzes gemaakt worden.  En moeten mensen, die een carrière uitgebouwd hebben als werkloze op één of andere manier duidelijk gemaakt worden dat dit de maatschappij ondermijnt.  Daarom dat ik ook geen probleem heb om van sommige groepen een wederdienst te verlangen.  Leefloners die best in staat zijn om te werken maar daar geen zin in hebben of te kieskeurig zijn.  Werklozen die in de hangmat blijven hangen omdat gaan werken hun nauwelijks meer opbrengt.

Meneer Nicaise had misschien beter zijn huiswerk gemaakt in plaats van onzinnige uitspraken over dwangarbeid te doen.  Ik heb altijd geleerd : “voor wat hoort wat”.  Stevaert heeft geprobeerd ons te doen geloven dat gratis iets fantastisch is.  Uiteraard was dat een marketingstunt want uiteindelijk moet iemand de rekening betalen.  En jammer genoeg is dat telkens weer u en ik, waarde mede-werknemer.