NaNoWriMo winnen op je dooie gemakje

crest_square-b23dbe8d9b80265765b27ccd9b5d4811NaNo Wat? Voor diegenen die niet weten wat NaNoWriMo is, hier alvast de verklaring. Het staat voor NAtional NOvel WRIting MOnth en is een initiatief van een Amerikaanse non-profit om meer mensen aan het schrijven te krijgen. Op hoeveel bucket lists staat niet: “een boek schrijven”? Velen dromen er van maar de meesten vinden de moed of de tijd niet om er ook daadwerkelijk iets mee te doen.
NaNoWriMo daagt je uit: Schrijf tijdens de maand november 50.000 woorden neer. Hoe, maakt niet uit. Met de hand in een schriftje, online of via een schrijfprogramma. Zo lang je maar aan je gemiddelde van 2000 woorden per dag komt. En je staat er niet alleen voor, samen met jou zijn er in Vlaanderen alleen al honderden kandidaat-schrijvers die hun lang gekoesterde droom in vervulling zien gaan.
Twee jaar geleden deed ik zelf mee en wat ik nooit voor mogelijk had gehouden was een feit. Eind november stond mijn teller op 52.384 woorden. Als beloning mocht ik een jaar lang een badge met “Winner” tonen aan de wereld.
Dit jaar doe ik opnieuw mee. Voor de nieuwelingen deel ik hier alvast een aantal tips over hoe je de maand overleefd en hoe je je doel bereikt.

Als je wil winnen moet je van je boek houden

Iedereen kan natuurlijk woorden op papier of op het scherm kladden, daar is geen kunst aan.  Het probleem is om genoeg inspiratie te hebben om het tot 50.000 te schoppen.  Daarvoor moet je echt in je boek leven, op voorhand weten waar het over gaat, wat de spanningsbogen zijn, je personages een gezicht geven en heel de synopsis hebben uitgewerkt.  Dan is het nog maar een kwestie van invullen.  En ja, dat vergt best wat van je tijd maar het is zeker haalbaar.  Zorg er dus voor dat je van je NaNo project ook een echt boek wil maken.

Je personages worden je vrienden

Personages zijn, samen met het plot, het hart van je boek.  Denk na over je hoofdpersonages.  Wie is de held en waarom?  Wie is zijn antagonist en waarom?  Zorg dat je ze door en door kent zodat je ook weet hoe ze zullen reageren op plotwendingen, valkuilen, bedreigingen maar ook liefde en sexualiteit.

Je boek in één zin

Begin met heel je boek samen te vatten in één zin.  Bijvoorbeeld: “Wanneer David zijn leven na een zwaar ongeluk drastisch ziet veranderen is er maar één oplossing, hij moet zich los maken van het verleden om de toekomst te kunnen omarmen”.

Maak een outline

Een boek is zoals elk ander project, het vergt een plan van aanpak.  En nee, het haalt de creativiteit niet uit je werk.  Ik hoor mensen vaak zeggen: “ik weet nog niet hoe mijn verhaal gaat aflopen, ik zie wel welke weg het op gaat.”  Raar genoeg hebben die de 50.000 woorden niet gehaald, gewoon omdat ze geen backup plan hebben voor wanneer ze vast zitten.  Als je op voorhand een outline maakt met de hoofdpunten, heb je altijd ankers om naar terug te keren, zelfs als je jezelf oeverloos verliest in een scene die drie hoofdstukken lang is.  In ons voorbeeld zou dat als volgt zijn:

  • David is een rijke playboy die door een ongeluk verlamd geraakt
  • Het aanvaarden van dat feit doet zijn wereld instorten
  • Hij belandt in een depressie
  • Zijn vrienden laten hem één voor één in de steek
  • Zijn enige uitweg is zelfmoord plegen
  • Wanneer dat ook niet lukt, blijkt er maar één weg over, de weg vooruit
  • Hij aanvaardt zijn beperking
  • Hij ontdekt nieuwe talenten
  • Hij leert iemand nieuw kennen
  • Hij wordt een gevierd schrijver.

Doe research

Lezers zijn niet dom, ze hebben internet en informeren zich.  Wanneer je over iets schrijft moet het ook correct zijn.  Je kan jezelf een kleine dichterlijke vrijheid veroorloven, maar schrijf geen domme dingen.  Een inbreker kan met een revolver geen tien schoten lossen.  En uit een lijk dat twee uur dood is kunnen nog geen maden kruipen.  Research helpt je ook met het bouwen van een wereld waarin je boek zich zal afspelen.  En om het visueel te maken kan je een moodboard bouwen.  Zoek foto’s van acteurs die eruit zien zoals je personages, zoek foto’s van locaties (als je geen fantasy of SF schrijft tenminste), steden, huizen, wegen, auto’s en zo meer.  Wanneer je inspiratie is opgedroogd helpt je moodboard je weer verder.

Hoe vind ik de tijd?

Het doel van NaNoWriMo is om mensen de routine van het regelmatige schrijven aan te leren.  Om de 50.000 te halen moet je een gemiddelde van 2.000 woorden per dag schrijven.  Zelfs met werk, gezin en studie is dat haalbaar.  Het vergt je amper een uurtje per dag.  Je kan een uurtje vroeger opstaan of later gaan slapen.  Of je neemt al je feuilletonnetjes tijdens de maand november op en bekijkt ze in december tijdens een binge watch weekend.  Of je gebruikt een agenda om je activiteiten te plannen zodat je ook je schrijfuurtje in je bezigheden kan inplannen.  Verwittig ook familie en vrienden dat ze in november niet al te veel beroep op je moeten doen want dat je bezig bent de volgende Nobelprijs voor de literatuur te creëren.

Niemand leest je NaNoWriMo schrijfsels …. dus laat je remmen los!

Ga er niet van uit dat wat je schrijft ooit zijn weg naar een boek op de boekenplank vindt.  Misschien wel of misschien gebruik je er ooit wel stukken uit of gebruik je de ideeën voor een boek dat later uit je klavier zal vloeien.  Maar het hoeft niet, dat is niet het doel van WriMo.  Het doel is te schrijven en nog eens te schrijven.  En wil jij niet dat het gelezen wordt dan is dat maar zo.  Maar je mag het uiteraard ook publiceren als je het met de wereld wil delen.  Jij bent de baas en de baas beslist 🙂

GEEN correctie in november

Iedereen heeft de neiging om zijn werk te corrigeren en dat is ook goed.  Maar doe dat nu es niet in november!  Laat schrijffouten of kromme zinnen gerust staan, die haal je er wel uit tijdens de eerste redactie.  Maar schrijf en schrijf en schrijf.  Er is niets zo tijdverslindend dan een geschreven tekst te corrigeren, tijd die je normaal zou moeten gebruiken om te schrijven.  Om je echt te focusen op de 50.000 kan je best elke dag of elke week de tekst van de afgelopen dag/week tellen en het aantal opschrijven.  Of je registreert je op de site van NaNoWriMo en paste je tekst in de woordteller.  En wil je echt heel snel dat doel behalen, beperk je dan tot korte woorden, die vergen minder tijd en tellen lekker op.  Hou er dan wel rekening mee dat je al die onzinnig korte stukjes later moet herwerken tot leesbare tekst. 🙂

Een boek is nooit zo slecht dat het niet verbeterd kan worden

Denk nooit dat jou boek slecht is, elk boek is voor verbetering vatbaar.  Ik ken een schrijfster die met haar eerste boek meteen een doorbraak forceerde en de nieuwe ster aan het thriller firmament werd.  Nu, 7 boeken later wil ze het eerste gaan herschrijven omdat ze het afschuwelijk vindt.  Schrijfstijl heeft zijn plaats maar is niet het belangrijkste.  Zorg gewoon dat de lezer wil blijven lezen, de skills komen later wel.

Hoe verder bij een writers block?

Het is een bekend fenomeen… wanneer je er het minst op voorzien bent is het daar – writers block.  Je krijgt geen zinnig woord meer op papier.  Geen nood, begin een nieuwe pagina en schrijf over iets totaal anders.  Verzin een kinderverhaaltje, schrijf over je medereizigers op de trein, schrijf over je donkerste gedachten.  Ben je weer lekker leeg, zet dan je irrelevante tekst in een andere kleur en werk verder aan je manuscript.  Denk eraan, WriMo gaat om het aantal woorden.  Dus ook je totaal irrelevante woorden.  En wanneer je je boek wil afwerken gooi je die pagina’s er gewoon uit.

En vooral… zorg dat je plezier hebt!

Zo lang je niet van plan bent om van schrijven je beroep te maken, moet je er vooral plezier aan beleven.  Het mag niet iets worden waar je tegenop ziet.  Maak het gewoon leuk.  En heb je eens een dag totaal geen zin in schrijven, dan is dat zo.  Zorg wel dat je het later inhaalt en gebruik die baaldag om wat opzoekwerk te doen of om je personages wat af te borstelen.  Of ga een dagje op stap en hou de mensen rondom jou in het oog.  Probeer hen te beschrijven en je zal zien dat het later in je verhaal misschien van pas komt.

 

SUCCES!

Advertenties

De moeilijkste taal ter wereld

Nee, u hoeft het niet in het verre oosten te zoeken. De moeilijkste taal ter wereld is volgens mij het Nederlands.

Mijn man is momenteel bezig met de redactie van mijn politieroman en moet daarbij regelmatig opzoeken wat de juiste schrijfwijze is van een woord of een begrip. De lijst met wijzigingen en uitzonderingen wordt elk jaar langer, onzinniger en verwarrender.

In het Nederlandstalige taalgebied hebben we een commissie die zich om de 10 jaar over onze taal buigt en de regels van de spelling volledig ondersteboven gooit. Waar we ooit pannekoek schreven en geen mens dat raar vond, bleek het plots pannenkoek te moeten zijn. Logica? Geen idee, je hebt toch maar één pan nodig om een pannenkoek te maken? Dat mensenmassa met een N tussen is, lijkt dan wel logisch, maar dat deden we al.

In geen enkele taal wordt zoveel geprutst, aangepast en weer veranderd dan in het Nederlands, een taal die maar door een handjevol mensen gesproken wordt. Het Engels daarentegen, is al een paar jaar onveranderd. De regels van de spelling werken daar nog steeds. Als je in België een boek leest dat langer dan 10 jaar geleden gedrukt werd, dan staat het vol fouten. Als je dus veel leest dan leer je gewoon fouten schrijven! Elk boek dat in mijn boekenkast (jawel, met N want er staan meerdere boeken in) staat, zit dus vol spellingsfouten.

Wees eerlijk, maakt u zich nog druk om spelling wanneer u een brief of een mail schrijft? Waarschijnlijk niet, want u weet dat u al een paar iteraties van onze taalprofeten gemist hebt. Wat er waarschijnlijk wel ingedrumd is, en wat nog steeds niet veranderd werd, zijn de DT-regels. Maar weet u of nederlander nu met een hoofdletter of met een kleine letter is? En nederlands?

Het Chinees, dat over het algemeen gezien wordt als een onmogelijke taal om te leren, is al 4000 jaar onveranderd. De taal wordt gelezen en geschreven door 1,3 miljard mensen en verandert nauwelijks. Een manuscript van 4000 jaar geleden kan vandaag perfect gelezen worden door de gemiddelde chinees.

Ik kan me dan ook niet van de indruk ontdoen dat die taalpurificatie om de tien jaar gewoon het idee is van een select clubje taalprofeten die zich anders vervelen. Uiteindelijk brengt het niks bij aan de taal, in tegendeel. Kinderen raken totaal verward, ouderen nog meer. Al onze boeken zijn fout, niemand weet uiteindelijk nog hoe je iets moet schrijven. Behalve dan dat select clubje van oude mannen in rokerige salons die op koude winteravonden weer nieuws spellingsregels bedenken ter meerdere eer en glorie van zichzelf.

Waarschijnlijk staat dit stukje bol van de taalfouten, maar die schandvlek draag ik dan met fierheid, als uiting van mijn onvrede over een steeds gecompliceerd wordende taal. Taal moet leuk zijn, taal moet vlot zijn, het moet niet gebonden zijn aan allerlei waanzinnige regeltjes en uitzonderingen. Neem eens een voorbeeld aan het Chinees, die kennen geen enkelvoud en meervoud, geen mannelijk en vrouwelijk. En toch slagen de mensen erin elkaar te verstaan en boeken te schrijven.

Een goede raad aan dat stoffige clubje oude mannen dat telkens onze taal verkracht : less is more!

Schudden voor gebruik

148-1De overheid en informatica zijn nooit goeie vrienden geweest.  Terwijl de zakenwereld welgezwind de 21ste eeuw binnenwalste met cloudcomputing en social media als de voornaamste troefkaarten, bleef de overheid steken in het era van mainfraim computers en groen-op-zwarte schermen.

Op enkele geslaagde projecten na heeft de overheid de trein totaal gemist.  De poging om justitie te informatiseren is op een sisser afgelopen.  Niet enkel was het een totale mislukking, ze heeft ook handen vol geld gekost.

Het lijkt erop dat beleidsmakers die dergelijke projecten moeten begeleiden, een chronisch tekort aan doorzicht en kennis van zake hebben.  Neem nu heel het systeem van gezondheidszorg.

U gaat naar de dokter en u betaalt 23,32 €.  Hiervoor krijgt u een attest van de huisarts waarmee u dan naar een mutualiteit naar keuze kan stappen, die u 17,32 of 19,32 € terug betaalt, al naar gelang u een globaal medisch dossier heeft bij die arts of niet.  In principe moet u dus eigenlijk maar 4 of 6 € betalen.  Maar door de omslachtige regeling moet je die 17 of 19 euro eerst voorschieten.  Belachelijk, nietwaar?  Vooral omdat het zoveel eenvoudiger kan.  Met een globaal register, gelinkt aan de kruispuntbank, kan elke huisarts of specialist alleen het remgeld aanrekenen.  De registratie van de consultaties gebeuren in dat globaal register, zodat de overheid (waarom nog mutualiteiten nodig?) elke maand het overige bedrag storten aan de arts.

Zo ook met het voorschrijven van medicijnen.  Nu moet je bij je huisarts een papiertje gaan halen met de naam, hoeveelheid en type, alsook hoe vaak je het moet nemen.  Wat is er nu eenvoudiger dan dit op te nemen in het globaal register zodat je maar gewoon naar je apotheker hoeft te gaan, die consulteert het register en geeft je het juiste medicijn mee.  Op die manier worden vergissingen met onleesbaar geschrift uitgesloten.  Bovendien hoeven mensen, die levenslang dezelfde medicatie moeten nemen, niet telkens naar de huisarts – en betalen daar uiteraard een consultatie voor – om weer een nieuw papiertje te halen.

Nog een voorbeeld : wanneer je bij een ongeval thuis of op het werk een ambulance nodig hebt, moet er eerst een gewone ambulance met verpleging ter plaatse komen, en die moeten beslissen of het noodzakelijk is om een dokter op te roepen.  Op die manier gaat er kostbare tijd verloren.  Nochtans zijn de meeste mensen van de hulpcentrale getraind om de juiste vragen te stellen en op die manier te evalueren of een dokter nodig is.  Maar dat mag niet van de wet.  Deze omslachtige procedure heeft al verschillende mensen het leven gekost.

Ik kan me voorstellen dat sommige artsen deze oplossing niet zien zitten, omdat een deel van hun inkomen afhangt van deze voorschriften.  Maar hoe je het ook draait of keert, het is nadelig voor het systeem van de sociale zekerheid.  En met een groeiende bevolking die ouder en ouder wordt, is het zaak om zo efficient mogelijk om te springen met de beschikbare middelen.  Veel efficienter dan nu het geval is.  Minister Van Deurzen, u bent aan zet nu!

Wie is de baas?

Beste mensen,

Ik hoop dat U maandag 30 januari geen plannen hebt gemaakt.  Indien wel dan hoop ik dat die plannen geen verplaatsingen noodzakelijk maken.  Want maandag hebben de vakbonden, het ABVV voorop, besloten om het land nog maar eens te gijzelen met een staking.  Niet omdat het nodig is maar om nog eens te laten voelen wie de baas is.  Indien u had gedacht dat de premier het hier voor het zeggen had, slaat u de bal totaal mis.  De bestuurders van dit land zijn Rudy De Leeuw en Luc Cortebeek en zijn opvolger.  Zij beslissen wat er wel en niet gebeurt.

‘Overdreven’ zegt u?  Ik dacht het niet.
Neem nu de staking van maandag.  Officieel gaat het land plat omdat de vakbonden vinden dat het overleg met de regering over de crisismaatregelen niet vlot genoeg verloopt.  Bij de vorige staking, op 22 december legde het overheidspersoneel het werk neer, was de reden dat er nog ‘onduidelijkheid’ heerste over een aantal punten in het regeerakkoord.

Maar wist u dat zowel het ABVV als het ACV betrokken was bij de onderhandelingen voor dit regeerakkoord?  Ze zaten wel niet mee aan tafel maar ze maakten deel uit van de technische werkgroepen die de maatregelen in detail bespraken alvorens ze door de partijvoorzitters werden goedgekeurd.  Zowel Cortebeek als De Leeuw hadden dus alle kans om tijdens de onderhandelingen hun veto te stellen tegen bepaalde voorstellen.  Dat is niet gebeurd.  En als het wel gebeurd is dan werden die bezwaren door hun eigen partijleiders niet meegenomen in hun beslissing.  Dat is nu eenmaal democratie… als de meerderheid een andere mening heeft dan een minderheid, dan moet die minderheid de duimen leggen.  Behalve als die minderheid een vakvereniging is, want dan verkiezen ze de democratie aan hun laars te lappen en het land te gijzelen.

De reden dat een aantal maatregelen op de korrel genomen worden is omdat de vakbonden vinden dat hun leden moeten inleveren wegens de crisis.
Ten eerste moet iedereen inleveren.  De senatoren hebben gezamelijk beslist om een loonsverlaging te accepteren.  De voorzitters van kamer en senaat doen hetzelfde en ook de federale regeringsleden laten een deel van hun inkomen vallen.  Zij geven dus het goede voorbeeld.  Argumenten als zouden ze dat gemakkelijk kunnen omdat ze heel veel verdienen, zijn waardeloos.  Het staat deze criticasters vrij om lid te worden van een partij en zich kandidaat te stellen.
Ten tweede verscheen net vanmorgen een artikel in De Tijd.  Volgens cijfers van de ECB is de Belg de afgelopen 10 jaar zo’n 18% rijker geworden, bovenop de inflatie.  De crisis, die door de bonden wordt aangegrepen als reden voor hun gijzelingsacties, blijkt de gemiddelde belg dus minder hard te raken dan steeds beweerd wordt.

In een oproep gisteren aan de studenten, vroeg Rudy De Leeuw begrip en solidariteit voor de staking.  Hij argumenteerde dat een staking nooit zonder hinder of last kan.  Dit is een non-argument.  Er andere manieren om zijn standpunt duidelijk te maken.  Overleg is nog steeds de enige juiste manier om tot een compromis te komen.  Maar de vakbonden zijn niet geïnteresseerd in compromissen, ze willen enkel hun eigen standpunten doordrukken.  En dat, beste mensen, is absoluut ondemocratisch.  Je kan zelfs stellen dat de vakbond in zijn huidige vorm een gevaar betekent voor de democratie.

Maar wat mij nog het meeste stoort is het argument van De Leeuw dat ze staken omdat het een basisrecht is.  Hij beseft ten volle dat hij daar iedereen last mee berokkent, dat hij schade veroorzaakt aan de economie in zijn geheel maar ook aan de portemonaie van de man in de straat.  Maar dat deert hem niet, want 10 miljoen mensen moeten zich maar schikken naar de grillen van twee mensen.  En als die twee mensen vinden dat het weer tijd is om eens met hun forsballen te rollen, dan moet heel het land daar onder lijden.

Hoe noemt men zoiets nu weer?  Juist, een dictatuur.

Ik roep dan ook iedereen, met een greintje gezond verstand, op om maandag niet mee te staken en eindelijk eens een vuist te maken tegen de dictatuur van De Leeuw en Cortebeek.  En hen te laten zien dat zij niet de mening van het volk vertegenwoordigen.  Ik ga alvast werken… u toch ook?

35 cent aub!

Ik ben nooit voorstander geweest van de “alles gratis, alles mag en kan” filosofie die geïntroduceerd werd door Steve Stunt, toen hij zijn barkeepersschort inruilde voor een net pak en zich ging bezig houden met politiek.

Ik ben altijd van mening geweest dat je de basisbehoefte betaalbaar moet houden.  Er is nu eenmaal een groep van mensen die door omstandigheden problemen hebben om een aantal dingen te betalen.  Zaken zoals basisvoedsel, basishuisvesting, basis medische verzorging en energie moet zodanig betaalbaar zijn dat iedereen er zonder moeite gebruik van moet kunnen maken.  Wij betalen namelijk allemaal de helft van ons inkomen aan de staat en daar mag diezelfde staat gerust wat voor terug doen.  Voor bepaalde inkomensgroepen zou ik ook nog durven pleiten voor gereduceerd tarief op openbaar vervoer en kinderopvang.

Voor al de andere dingen moeten mensen zich realiseren dat daar een prijs tegenover staat omdat de aanschaf van een product of een dienst ook kosten met zich meebrengt, en die kosten moeten vergoed worden.

En toch zijn er een aantal zaken waar ik een uitzondering voor wil maken.  Niet omdat ze levensnoodzakelijk zijn maar omdat men misbruik maakt van een aantal noden die we allemaal hebben.  Denk maar aan de 35 cent die je moet betalen om in een openbaar toilet je behoefte achter te laten.

Ik was gisterenavond in de Carrefour van Lier en moest dringend… enfin, ik ga er geen tekeningetje bij maken.  Ik laat dus mijn handtas bij mijn echtgenoot achter en haast mij naar de toiletruimte.  Die wordt gedeeld door zowel de Lunchgarden als de Carrefour.  Zit daar een kranig madammeke met purper gepermanent haar en een wit schortje voor.  Op tafel het obligate bordje met een paar muntjes erin, erboven een kaartje met het bedrag.  35 cent!  Onnodig te zeggen dat ik dus rechtsomkeer moest maken om eerst de nodige muntjes te gaan opvissen alvorens ik van de faciliteiten gebruik kon maken.

En wat kreeg ik daarvoor terug?  Een vies toilet.  Madam deed zelfs geen moeite om de infrastructuur proper te houden.  Ik was danig in mijn wiek geschoten!  Dit had niks te maken met het uitbaten van een commerciele activiteit.  Dit was meer het uitbuiten van de hoge noden bij het winkelende en etende publiek.  De toiletten behoorden bij het Carrefour complex dus werden ook schoongemaakt door het team dat de winkel onderhoudt.  Het publiek dat van deze faciliteiten gebruik maakte, had reeds al een bijdrage tot de winst van Carrefour geleverd door zijn aankopen.  Waarom dan misbruik maken van de hoge nood om daar ook nog eens geld voor te vragen?

Ah, maar dat madamke moet toch ook betaald worden, hoor ik u al zeggen.  Wel nee, dat madamke is daar helemaal niet nodig.  Zij voorzag niet in een toegevoegde waarde voor de gebruikers van de infrastructuur.  Haar enige bijdrage tot de toiletervaring was het innen van 35 eurocenten.  Ik ben even blijven kijken hoeveel mensen zich lieten pluimen.  Op 10 minuten tijd gingen er 12 mensen binnen en buiten.  Op één uur is dat 12 x 6 is 72 gebruikers.  Als je nagaat dat de winkel open is van 9 uur tot 20 uur dan tellen we 11 x 72 gebruikers = 792 gebruikers per dag.  Op een week is dat 5.440 mensen per week.  Per maand is dat 23.760 bezoekers.  Doen we dat maal 35 centjes komen we op 8.316 € per maand… enkel en alleen om naast een schaaltje te zitten met een haakwerkje.  Ik maak me zelfs sterk dat dit bedrag belastingvrij is.

8.316€ per maand, te verdelen tussen dat madamke en de Carrefour, die waarschijnlijk ook wel een graantje meepikt van dit lucratieve handeltje.  Ik ben voor free enterprise maar dat houdt wel in dat je daar een service voor terug moet krijgen.  Ik heb me alvast voorgenomen om instellingen te mijden die een toiletdame als bewaker van de hygienische ruimten in dienst hebben.

Groene stroom, een sprookje zonder happy end

Dank zij de gebeurtenissen in Japan laait het debat rond alternatieve energievormen weer hoog op.  Terwijl de centrumrechtse partijen hun best doen om nuchter te blijven, spinnen de linkse partijen garen bij de angst die er nu leeft bij de bevolking.  En daarbij schuwen ze de leugen en de nonsens niet.

Ik heb nooit goed begrepen wat het bezwaar van de groenen en de socialisten was tegen kernenergie.  Ze roepen al jaren dat de uitstoot van auto’s ons milieu naar de vernieling helpt, maar schone energie zonder uitstoot was niet acceptabel?  Vermoedelijk hebben ze een probleem met de nucleaire afval.  Maar die is broodnodig om röntgenfoto’s te nemen of voor bestraling tegen agressieve kankers.

De Heilige Koe van de linksen is tegenwoordig de electrische auto.  Maar wat heb je nodig om die auto te maken?  Juist, electriciteit.  Uit kolencentrales dan maar?  En wat doen we met de uitstoot?  En wat heb je nodig om de batterijen te maken?  Juist, vervuilende stoffen die ook in het milieu terecht kunnen komen bij een ongeval.  En waar rijdt die Heilige Koe op?  Juist, electriciteit.  Ook verwekt door kolen- of gascentrales waarschijnlijk.  De auto zelf stoot geen broeikasgassen uit, maar de productie van de auto en zijn brandstof des te meer.

Zonnepanelen dan maar?  Ik dacht het niet want de explosieve groei van zonnepanelen op vlaamse daken heeft er voor gezorgd dat we onze electriciteit duurder betalen.  De netbeheerder rekent extra aan voor de gebruik van zijn infrastructuur en rekent dit door aan de klant.  Ook de groene stroomcertifikaten, en dan vooral het deel dat electrabel daarvoor moet op tafel leggen, wordt ook weer doorgerekend aan de klant.
Trouwens, de hoeveelheid energie dat een dak vol panelen kan genereert is trouwens net genoeg om je computer mee aan de gang te houden.  Zonnepanelen zullen dus nooit een volwaardig alternatief zijn voor kernenergie.

Moeten we dan maar stoppen met hernieuwbare energie? Absoluut niet!  We moeten juist meer onderzoek doen naar geschikte bronnen van hernieuwbare energie.  De kans dat we die gewoon in de natuur zullen vinden is klein.  Ik denk dan ook dat gelijk welke oplossing die milieuvriendelijk is, die in voldoende mate geproduceerd kan worden en die veilig is, gevonden moet worden in hoogtechnologische snufjes.  En ik denk dat er voor de regering een taak is weggelegd om dit onderzoek te steunen en te zorgen dat de patenten hiervoor weer niet’ in handen komen van grote olieconglomeraten die ze dan opbergen in hun grote brandkast met patenten die nooit het licht zullen zien, tenminste niet zolang er nog olie is.

Vrouwen zijn geen pasmunt!

Vanmorgen kwam Eva Brems (Groen!) haar wetsvoorstel over quota voor vrouwen in beheerraden toelichten.  Mevrouw Brems redeneert dat dit de enige manier is om er voor te zorgen dat er voldoende vrouwen doorstromen naar topposities.  Ze steunt hierbij op een project in Noorwegen dat deze quota reeds oplegde en waar momenteel inderdaad meer vrouwen in raden van bestuur zitten.

Het argument als zou het een toegevoegde waarde zijn met meer vrouwen in besturen trek ik absoluut niet in twijfel.  Vrouwen stellen andere prioriteiten dan mannen en een gezonde mix van beiden is altijd beter dan een eenzijdig beleid.  Maar ik durf te stellen dat quota niet de juiste manier zijn.

Quota opleggen voor vrouwen, of gelijk welke andere groep, wil zeggen dat zij niet in staat zou zijn om er op eigen kracht te geraken.  Dat is discriminerend en doet afbreuk aan hun capaciteiten.  Daarmee bevestigt Brems de cliché’s die er bestaan over vrouwen aan de top.

De capaciteiten moeten de doorslag geven, niet de gender, geaardheid of afkomst.  Er bestaat namelijk het gevaar dat in sommige raden men niet aan voldoende afgevaardigen geraakt omdat er geen vrouwen met de juiste capaciteiten beschikbaar zijn.  Het voorstel van Brems om een pool van geschikte vrouwen aan te leggen is onzinnig!  Weerom veronderstelt zij dat vrouwen niet in staat zijn om te solliciteren voor een job die ze wel zien zitten.

Brems zal met haar voorstel maar één ding bereiken, namelijk dat vrouwen nog meer gediscrimineerd worden dan nu soms nog het geval is.  Dit voorstel zorgt ervoor dat we weer 100 jaar in het verleden gekatapulteerd worden.  En het geeft sommige mannenclubjes weer het excuus dat ze nodig hebben om vrouwen als minderwaardig wegens verplicht af te schrijven.

Wat mensen als Brems ook vaak vergeten is dat een aantal vrouwen, die beschikken over de nodige capaciteiten en diploma’s, niet de inzet of de wil hebben om mee te draaien op topniveau.  Een aantal onder hen kiezen nu eenmaal bewust voor een iets minder prestigieuze job waar ze wel voldoende tijd hebben om aan hun gezin te besteden.  Moeten die dan plots allemaal gedwongen worden om aan de slag te gaan als CEO of lid van de raad van Bestuur terwijl dat helemaal hun ambitie niet is?

Als mevrouw Brems echt iets wil doen aan het aantal vrouwen in topposities, dan zorgt ze voor creches in bedrijven.  Dat zorgt ervoor dat vrouwen, die sneller terug aan het werk willen, dat ook kunnen.  Het doet het absenteisme onder werkende moeders dalen en heeft tevens het voordeel dat werkende mama’s al tijdens de zwangerschap gerust kunnen zijn dat hun kleine spruit een opvangplaats heeft.  Ze kunnen daarbij ook hun middagpauze gebruiken om samen met hun schatten te eten, wat dan weer goed is voor de moeder/kind binding.  Een voordeel dat ze niet hebben bij de klassieke creches of opvang.  En verder creëert dit initiatief ook nog eens meer werkgelegenheid.

Uiteraard heeft Brems voor een deel ook wel gelijk als ze zegt dat er nog te weinig vrouwen in topfuncties terug te vinden zijn.  Maar dat los je niet op door quota, in tegendeel.  Dat kan je alleen oplossen door vrouwen voldoende steun te geven zodat ze op eigen kracht hun carriere kunnen uitbouwen.  Het voorstel van Brems is bijna gelijk te schakelen aan de “promotie via de matras”, ze worden gebruikt als pasmunt.